woensdag 21 juni 2017

Kleurrijke liturgie

Regelmatig vragen ze me wanneer ik de sacristie binnenkom. Diaken, welke kleur is ’t vandaag? Inderdaad elke misviering heeft zijn liturgische kleur. De priester draagt dan een kazuifel en een priesterstool in de kleur die past bij het jaargetijde, het feest of de herdenking van de dag. Hetzelfde geldt ook voor de diaken die een dalmatiek draagt en/of een de diakenstola.
Vaak zijn ook het ambo (de lezenaar), het altaar, het gordijntje aan het tabernakel en de kaft van het boek met de lezingen bekleed met een stof van diezelfde liturgische kleur.



Dit zijn de officiële kleuren:
E.H. Albert Lefebvre tijdens een adventsviering
Wit: is een feestkleur. Het is de kleur die verwijst naar Christus: het Licht van de wereld. Daarom is de hoofdkleur op de feesten van Christus wit: met Kerstmis, op Witte Donderdag en Pasen. Ook op feestdagen van Maria en een aantal specifieke feestdagen, voert wit de boventoon. Wit staat voor maagdelijkheid of onschuld, de waarheid, goedheid, liefde en de goddelijke, hemelse wijsheid.
Groen: is de kleur van de hoop en verwachting, nederigheid en beschouwing. In de tijden door het jaar en na het feest van de Heilige Drie-eenheid en na Pinksteren is groen de liturgische kleur.
Rood: is de kleur van liefde, vuur, lijden en offer. De kleur rood wordt gebruikt met Pinksteren, bij vieringen van het lijden van Jezus, op feestdagen van de martelaren en die van de apostelen en de vier evangelisten. Ook wanneer jongeren gevormd worden en de heilige Geest ontvangen dragen de vormheer, de priester en de diaken rode gewaden.
Paars: staat voor boete(doening), bekering en droefheid. Maar paars staat ook voor hoop en verwachting. De kleur wordt gedragen in de Veertigdagentijd en de Advent. In de meeste van onze parochies wordt ook paars gebruikt bij uitvaarten.

Volgende kleuren kan je ook tegenkomen:
Kardinaal De Kesel aan het altaar tijdens de chrismaviering 
met ceremoniemeester E.H. Karlo Tyberghien 
en diakens Rob Allaert (met stola) en 
Frans Schoovaerts (met dalmatiek).
Grijs (of zwart): in de parochie Sint-Mattheus Meensel dragen de priester en de diaken grijze gewaden bij een uitvaart.
Roze: is de kleur voor de derde zondag van de Advent (Gaudete-zondag) en de vierde zondag van de veertigdagentijd (Laetare). Roze is een tussenkleur voor het licht van Christus dat voorzichtig doorbreekt. Omdat liturgische gewaden vrij duur zijn en de roze kleur maar twee keer voorkomt in het kerkelijk jaar zijn er maar weinig parochies die erover beschikken en gebruikt men gewoon de paarse kleur.
Goud: op een uitbundig feest vervangt goud de kleur wit.
Blauw: is geen officiële liturgische kleur maar wordt wel soms gebruikt op Mariafeesten.
Van nu af aan tot aan het begin van de advent voert groen op zondag de boventoon. Alleen bij de hoogfeesten, tijdens een huwelijksmis of een doop wordt er nog eens wit uit de kast gehaald.

Diaken Luc Claeys

vrijdag 16 juni 2017

Koster in Meensel: een levenswerk

Onlangs stelde diaken Luc op een vergadering de vraag “wie schrijft eens een artikel over een belangrijk persoon in de kerk of over het ontstaan en de naam van de kapelletjes in onze parochie.

Ik ben naar mijn buurman gestapt. Niets bijzonder zou je denken, ware het niet dat mijn buurman de bijna 97 jarige koster-organist van de St.-Mattheuskerk in Meensel is.
Zijn naam is Alfons Stas. Hij is gehuwd met Margriet Nijs en heeft 4 kinderen (Nicole, Diana, Marcel en Hilde).
Hij komt uit een kostersfamilie, zowel overgrootvader, grootvader als  vader waren koster in Meensel.


Al 90 jaar met het orgel begaan
Vanaf zijn 7de jaar was hij windblazer voor het orgel. Door deze taak te vervullen en omdat de mis in het Latijn was, zong en las hij alles mee maar wist toen niet waar het over ging want hij verstond geen latijn.
Ook moest hij elke morgen om 7u naar de mis gaan en op zaterdag om 17u de klokken luiden zodat de mensen hun uurwerk konden juist zetten om op zondag op tijd in de kerk te zijn.
Hij speelde zijn eerste mis op 10 jarige leeftijd en dacht dat het nooit zou lukken want hij had zelf nog nooit op het kerkorgel gespeeld. Nachten lag hij wakker met als doemscenario dat hij alles door elkaar zou spelen of iets zou overslaan. Maar alles verliep zoals het hoorde.
Hij wilde naar het Lemmensinstituut maar mocht niet van vader. Hij moest zijn vader opvolgen op de boerderij. Hij volgde dan maar pianoles bij meester Mues in Kapellen tot zijn 12de. Daarna  mocht hij één keer per week pianoles en notenleer volgen in Tienen. Hiermee kon hij een hele week oefenen en vader ook nog helpen op de boerderij, wat later een fruitbedrijf werd.

Reeds 82 jaar koster
In 1935 bij het op pensioen gaan van vader nam hij de taak als koster-organist over.
Toen ik hem vroeg wat de taak van een koster-organist eigenlijk inhield, antwoordde hij : de kerk uitborstelen want in die tijd lag er nog geen beton en lag de kerk vol zand, de klokken luiden, alles klaarzetten voor de eucharistie (hosties, wijn…) de misvieringen begeleiden op het orgel en na de mis alles terug opruimen.

7 pastoors en een diaken
Op mijn vraag hoeveel pastoors hij bijgestaan heeft op al die jaren, zei zij : zeven en noemde ze allen bij naam (Van Keerbergen, Sloots, Robert, Geerdens, Vrancken en Van Aerschot en één jaar D’Havé. Nu zolang ik het nog kan, ook diaken Luc.  Ik ben nu nog alleen organist, de job van koster heb ik op mijn 90ste opgegeven omdat het niet zo vlot meer ging.
Over het verschil tussen de misvieringen vroeger en nu antwoordde hij: de taal, vroeger was alles in het Latijn en nu vooral in het Nederlands. Vroeger werd er alleen in de meimaand een Nederlandstalig  Marialiedje gezongen.
Natuurlijk valt ook het aantal kerkgangers op : vroeger zaten de kerken overvol ook al waren er twee missen op zondag. Iedereen ging naar de mis – jong en oud, nu zie je zelden nog kinderen of jongeren in de kerk.
Volle kerken zijn wel aangenamer voor de organist maar in Meensel beschikken we over een goed zangkoor en ook de aanwezigen bidden en zingen goed mee waardoor de mis toch aangenaam klinkt.
Bij mijn vraag over het orgel wist hij te vertellen dat het eerst in de O.L.V.-Ten Poelkerk in Tienen stond. In 1785 verkocht het kerkbestuur het orgel aan St.-Joris-Winge, waarna het in 1843 hier in Meensel terecht kwam.
Het is overgrootvader die als eerste hier in Meensel het orgel mocht bespelen. Dankzij het goede onderhoud klinkt het nog steeds zoals toen.
Fons, zoals wij hem hier in Meensel noemen, vindt het jammer dat hij geen opvolger heeft bij zijn kinderen en kleinkinderen om als koster-organist zijn taak over te nemen. Hierdoor zal het koster zijn in de familie Stas niet verder gaan dan de 4de generatie.
Bedankt Fons voor de gezellige babbel en wij hopen dat je nog een aantal jaren onze organist kan zijn.

Lydia Trompet

vrijdag 9 juni 2017

Een doordeweeks weekend in de kerk

Een uitvaart van een parochiaan op zaterdagvoormiddag, een doop van een jonge parochiaan in de namiddag en een hoogfeest op zaterdagavond. Zondagochtend halen we drie jonge vluchtelingen op in het opvangcentrum te Lubbeek (twee zusjes en hun broer uit Bagdad) die graag eens een kaars voor Maria willen ontsteken. We gaan naar Houwaart om voor te gaan in de dienst, gevolgd door een processie door het dorp. Kermis! Het leven zoals het is in de parochie.

Diaken Luc

H. Drie-eenheid
Za 10 juni


Zo 11 juni
St-Mattheus Meensel
Sint-Martnius Tielt
Sint-Martinus Tielt
Sint-Pieter Kiezegem
Sint-Denijs Houwaart
Sint-Joris Winge
10.00
16.30
18:00
09.00
09.30
10.30
Uitvaart G. Vandegaer
Doop L. Verlinden
Eucharistie hoogfeest
Eucharistie hoogfeest
Processie hoogfeest
Eucharistie hoogfeest

Drie-eenheid José de Ribera Mudeo
del Prado, Madrid
Aanstaande zondag 10 juni vieren de het Feest van de Drie-eenheid. Christenen geloven dat er één God is die zich uit in drie Goddelijke personen: de Vader, de Zoon (Jezus Christus) en de heilige Geest. Christenen geloven dus in één God, die zich op drie verschillende wijzen laat ‘zien’. Ze kunnen God dus op drie manieren ontmoeten:
·         in de schepping: het leven, de natuur, het heelal. God is de Schepper: Hij ligt aan de basis van al wat is. Daarom wordt Hij Vader genoemd.
·         in Jezus Christus. In al wat Hij zei, in al wat Hij deed, hebben mensen God herkend. Hij wordt de ‘Zoon van God’ genoemd.
·         in de deugden 'wijsheid, liefde, enthousiasme, standvastigheid, doorzettingsvermogen, geduld, zachtmoedigheid' ... waarmee de Geest van God mensen inspireert.
Deken Felix Van Meerbergen stuurde me een tekst die op een andere wijze zijn licht werpt op de wijze waarop God zich manifesteert in de wereld. Van harte een zalige hoogdag. De tekst is van Niko Kazantzakis , de schrijver van het boek: Christus wordt weer gekruisigd en werd gepubliceerd in het tijdschrift ‘Open deur’, oecumenisch maandblad, 1995, nr. 2.

God met de vele gezichten - Griekenland
Er was eens een marmeren troon
aan de poort in het oosten
van een grote stad.
Op deze troon zaten duizend koningen
die blind waren aan het rechteroog
duizend koningen
blind aan het linkeroog
en duizend koningen
met licht in beide ogen.
Allen riepen zij tot God
dat Hij zich zou vertonen,
zodat zij hem konden zien,
maar allen gingen het graf in
zonder dat hun wens was vervuld.
Toen de koningen waren gestorven,
kwam er een arme man,
barrevoets en hongerig,
en ging op de troon zitten.
‘God’, fluisterde hij,
‘de mensenogen
kunnen het niet verdragen
regelrecht in de zon te kijken,
want zij worden verblind.
Hoe zouden zij dan, Almachtige,
regelrecht naar u kunnen kijken?
Heb medelijden, Heer.
Temper uw kracht,
wend uw heerlijkheid naar mij toe,
opdat ik, die arm en bedroefd ben,
u moge zien!’
Toen… werd God 
een stuk brood,
een beker koud water,
een warme jas, een hut,
en voor de hut een vrouw,
die haar kind liet drinken.
De man strekte zijn armen uit
en glimlachte gelukkig.
‘Dank u Heer, fluisterde hij,
‘U hebt uzelf vernederd om mijnentwil.
U werd brood, water, een warme jas
en mijn vrouw en zoon,
Opdat ik U zou kunnen zien.
En ik zag U.
Ik buig mij neder
en aanbid uw geliefde gedaante
met de vele gezichten!