donderdag 25 mei 2017

Hemelvaart in drie krachtlijnen

ICL

Valt Hemelvaart te vergelijken met de goede vriend die we begeleiden naar de luchthaven, en die we uitwuiven vooraleer hij afreist?
Hemelvaart: een 'moeilijk' feest

Het feest van Hemelvaart heet in het Frans 'Ascension', wat gemakkelijk toelaat om er in één adem 'ascenseur' (lift) bij te denken. En inderdaad, wanneer we de teugels van onze verbeelding vieren,

Er is niet veel nodig om van wat in wezen een diep geloofsmysterie is, een even eenvoudig als aandoenlijk tafereel te maken.
Beter is het om alle verbeelding achterwege te laten, en te lezen wat de getuigen van deze Hemelvaart erover vertellen. Maar ook dan wordt het er niet eenvoudiger op. Daar waar we bij de evangelist Lucas lezen dat Jezus voor de ogen van de leerlingen 'in de hemel werd opgenomen', treffen we bij Matheüs de verrezen Heer aan die overal en alle dagen bij de leerlingen zal blijven. Wat vieren we dan precies, op het feest van Hemelvaart? 

Een leerproces van veertig dagen

Na de dood van Jezus hebben de leerlingen tijd nodig gehad om werkelijk te geloven in zijn verrijzenis en in zijn blijvende aanwezigheid in hun midden. Op de eerste bladzijde van het boek Handelingen spreekt Lucas – van wiens hand ook het gelijknamige evangelie is – over een periode van veertig dagen: ‘Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was’. 

Wanneer de Bijbel het heeft over veertig dagen of veertig jaren, weten we dat hiermee een leerproces bedoeld wordt. Jezus’ leerlingen leren gedurende deze veertig dagen wat het ten volle betekent, dat Jezus werkelijk leeft. Hoewel Hij de wereld zal verlaten, zal Hij toch bij hen zijn, ‘alle dagen tot aan de voleinding van de wereld’(Mt 28, 20). De aandacht verschuift van de verrijzenis naar het afscheid van Jezus: van Pasen naar Hemelvaart.


Tijdens die periode van veertig dagen leren de christenen anders te kijken naar het afscheid van hun Heer.  
Door de ogen van de wereld gezien is Jezus verdwenen. Niet meer dan een man - weliswaar een uitzonderlijk man - van het verleden. Door gelovige ogen gezien is Jezus blijvend aanwezig: een man van het nu. Niet langer in levende lijve, maar in de Geest, de Helper die Jezus aan zijn discipelen beloofde en die Hij hen zal schenken op Pinksteren.

Hemelvaart in drie krachtlijnen

Hemelvaart markeert het eindpunt achter Jezus’ zending. In zijn optreden is het rijk van God aan het licht gekomen. Hij heeft het Schriftwoord van Jesaja in vervulling gebracht: ‘Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden’(Lc 4, 18). Nu Hij deze zending volbracht heeft, komt Jezus thuis bij de Vader: ‘Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader’ (Joh 16, 28).

Hemelvaart markeert het beginpunt van de zending van de leerlingen: ‘Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld’. (Mt 28, 19-20). De leerlingen zullen voor deze zending worden ‘toegerust met kracht van boven’ (Lc 24, 49) ; ‘Over enkele dagen zult gij gedoopt worden met de Heilige Geest’ (Hnd 1, 8). Op Hemelvaart krijgen de leerlingen hun opdracht, met Pinksteren de kracht om deze opdracht te vervullen.

Hemelvaart markeert het punt dat ons, gelovigen, dichter brengt bij de eindvoltooiing. Jezus is nu opgenomen bij de Vader, waar Hij voor ons ten beste spreekt. Ooit zullen ook wij opgenomen worden in dat rijk Gods, om er ten volle te delen in Jezus’ heerlijkheid. Het Hemelvaartsfeest is daarvan een voorproef: nu reeds zijn we deel van het rijk Gods, maar nog niet ten volle. De hoop op die voltooiing belijden wij vandaag! Het openingsgebed van de eucharistieviering op dit feest drukt dit goed uit:

Almachtige God, dit is de dag waarop Gij ons voor ogen houdt
dat uw Zoon in heerlijkheid naar U is toegegaan.
Zijn verheffing is onze hoop;
nu reikt de aarde tot de hemel.
Geef dat wij trouw zijn aan zijn opdracht,
dat wij zijn liefde en verlossing
bereikbaar maken voor elkaar.

woensdag 24 mei 2017

Iedereen priester

Homilie van zondag 14 mei in de kerk van Kiezegem

Zusters en broeders,
Onze gemeenschap, onze samenleving lijkt grote veranderingen te doorgaan. Wat is er de laatste 50 tot 100 jaar niet allemaal veranderd. Het is bijna revolutionair. Onlangs vierden we in Sint-Joris-Winge nog tante Bertha en ook onze koster van Meensel behoort tot die generatie. Ze zijn geboren in een tijd dat alles nog met paard en kar gebeurde, de eerste auto’s en vliegtuigen bestonden wel al, maar waren nog niet algemeen verspreid. En nu, alles geautomatiseerd. En ook het kerkelijk leven, naar de mis alle dagen, met pastoors en onderpastoors in één parochie, en verschillende vieringen op zondag naar een kerkgemeenschap waar één priester verantwoordelijk is over zes tot soms 24 à 25 gemeenschappen.

Nieuwe ambten voor nieuwe tijden
Nu zou je denken dat die luxe aan bedienaren er altijd geweest is, maar dat is niet helemaal zo. Kijk maar eens wat we hoorden in de eerste lezing. Bij de eerste christenen wordt er gemord. De Griekssprekenden zijn kwaad want er zijn geen genoeg verkondigers en dienaren om hun weduwen te ondersteunen. De apostelen kunnen het werk niet meer alleen aan. In die zin zijn ze vergelijkbaar met de huidige bedienaren van de kerk. Er moet een oplossing worden gezocht om de velerlei taken die er in een kerkgemeenschap zijn te reorganiseren. Ze vinden een oplossing door 7 mannen aan te stellen: Stefanus, Fillipus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenos en Nikolaus. Hun functie kreeg ook een naam die hier in dit stukje niet vermeld wordt, maar wel op een andere plaats. Beste broeders en zuster het zijn de eerste diakens van de Kerk. Veranderde tijden vergen gewijzigde ambten.
Ook in onze tijd zijn we op zoek naar andere ambtsdragers in onze kerk. Hier en daar duiken ze al op. Afgelopen maandag ging ik op bedevaart met Okra naar Scherpenheuvel, waar ik enkelen van jullie gezien heb en in de viering waren er niet alleen priesters en diakens als voorgangers maar ook lekengelovigen mannen én vrouwen. Dat is al één voorbeeld. We zijn niet alleen op zoek naar voorgangers voor onze parochies, maar ook mensen die daadwerkelijk bepaalde deeltaken willen leiden en sturen en  daar herder willen over zijn. In die zin bouwen de lezingen van vandaag op wat we vorige week gehoord hebben. Wie volgt zich geroepen om de boodschap van Jezus in onze samenleving uit te dragen: door het Woord te verkondigen (Evangelisatie), uit te leggen aan de gelovigen (Catechese), zorg te dragen voor de zwakkeren (Diaconie) en de financiële middelen te beheren van deze deeltaken (Tijdelijke). Die verantwoordelijken zullen niet de diaken en niet de priester zijn, die zullen zich blijven wijden aan de taak waarvoor zij zijn aangesteld.

Algemeen priesterschap van alle gelovigen

Je hoort dikwijls zeggen; de Kerk zou getrouwde mannen en vrouwen priester moeten laten worden. Wel broeders en zusters, ik heb goed nieuws voor jullie. Jullie zijn allemaal  al priesters: mannen en vrouwen, jongens en meisjes, iedereen die gedoopt is.  Dat zeg ik niet alleen, Petrus, onze eerste Paus heeft het u net verteld in de tweede lezing. Jullie zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk dat geroepen is om Gods boodschap, over zijn roemruchte daden te vertellen. Jezus spreekt iedereen om zijn Blijde Boodschap te verkondigen. Hij gaf aan allen de opdracht actief mee te werken aan de verspreiding van het evangelie. Dat staat ook zo in een document van het Tweede Vaticaans Concilie uit de beginjaren zestig dat spreekt over het algemeen priesterschap van de gelovigen. Het priesterschap van de gelovigen staat niet los van de ambtelijke priesters die door de bisschop gewijd zijn. Zoals de priester in naam van Jezus Christus het Eucharistisch offer opdraagt, zo oefenen wij, jullie en ik dit priesterschap uit in het ontvangen van de Sacramenten, in het gebed en de dankzegging, door het getuigenis van ons leven in de navolging van Jezus, door de Liefde van Jezus te delen met anderen.


Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven
In het Evangelie dat we vandaag gehoord hebben, geeft Jezus aan hoe we dat kunnen doen, zijn leven navolgen. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, zegt Hij. Toen ik die woorden las en zo hoorde, vond ik dat wat pretentieus. Ondertussen heb ik geleerd dat deze wijze van spreken niet ongewoon is in het Midden-Oosten, ook vandaag nog. Eigenlijk moet je dat verstaan als: ‘Ik ben de waarachtige levensweg’.
Het léven van Jezus toont ons de weg. Iemand vertelde me  een voorval dat hem in Egypte overkomen is. In de hoofdstad Caïro vroeg hij een man de weg naar een museum. Die Egyptenaar antwoordde: ‘Ik ben de weg, volg mij’. Hij wilde daarmee zeggen: ‘Ik moet ook die kant op, loop maar achter mij aan.’ Wij zijn dagelijks geroepen Jezus achterna te gaan. Op die manier kunnen dus ook wij onderricht geven aan onze medemensen. Jezus is de weg naar de Vader. Jezus zegt: ‘Wie mij ziet, ziet de Vader’ (Joh. 14). Alleen als wij – net als Jezus – laten zien wie God is, kunnen ook ánderen God leren kennen zoals Hij is, en hopelijk kiezen voor een hechte verbondenheid met hem. Dat is onze gemeenschappelijk verantwoordelijkheid, het is onze taak waartoe we geroepen zijn; het is het algemeen priesterschap van alle gelovigen.

Hnd 6, 1-7: De apostelen stellen zeven mannen aan voor de ondersteuning van de armen in de gemeenschap.
Ps 33 (32), 1-2.4-5.18-19: “Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen.”
1 Pe 2, 4-9: Christus is de hoeksteen van de christelijke gemeenschap.
Joh 14, 1-12: Jezus is de weg, de waarheid en het leven. Hij toont ons de weg naar de Vader.


Foto: Eerste diakens in de kerk © www.diaken.be

woensdag 17 mei 2017

Over de hoge leeftijd in Winge en in de Bijbel

Andy Penne, vanaf 1 september
herder in Holsbeek en Nieuwrode
Pastoor Andy Penne van Galmaarden schreef onlangs een artikeltje over mensen op hoge leeftijd naar aanleiding van een verjaardag in één van zijn parochies. Omdat wij ook pas een honderdjarige vierden, mocht ik een deel van zijn artikel overnemen. Vanaf 1 september wordt de geboren Oost-Vlaming Andy Penne pastoor in Holsbeek en is hij aldus ook herder in Nieuwrode, onze buurparochie.

Onlangs vierden we in Sint-Joris-Winge de honderdste verjaardag van Bertha De Ruyter. Ze was dus een baby in 1917 in de laatste dagen van de Eerste Wereld Oorlog. Toen ik haar eens bezocht vertelde ze me heel wat verhalen over haar jeugdjaren die immens verschillend zijn van wat we vandaag kennen.

Pastoor Andy Penne schrijft hierover: “Sommige mensen mogen bijzonder oud worden. Als je denkt aan wat mensen als Jeanne (Bertha), allemaal hebben meegemaakt. In die afgelopen eeuw is er zoveel gebeurd. We denken aan de twee wereldoorlogen maar ook aan de vele veranderingen. Van televisie en computer was in de eerste tientallen jaren van haar leven nog geen sprake. Honderdjarigen werden geboren toen de heilige Paus Pius X nog paus was, Paus Franciscus is de 10de Paus in hun leven.

Stokoud
Ook al is het aantal honderdjarigen door de goede gezondheidszorgen de laatste jaren flink gestegen, het blijft toch nog altijd bijzonder wanneer mensen de kaap van de honderd halen. In de afgelopen tijd vroegen parochianen mij of er in de Bijbel ook al honderdjarigen voorkwamen. Ik ben het even gaan opzoeken. In het begin van de Bijbel vinden we heel wat hoogbejaarden. U moet maar eens het vijfde hoofdstuk van het boek Genesis lezen. De eerste generaties mensen leefden volgens de Bijbel heel lang. We lezen in dat vijfde hoofdstuk dat Adam 930 jaar was toen hij stierf. Zijn zoon Set werd 912 jaar. Enos werd 905, Kenon 910, Mahalalel 895 jaar, Jared 962 jaar, Henoch stierf relatief jong en werd amper 365 jaar. Zijn zoon Metuselach echter werd de oudste van de hele Bijbel, hij bereikte de leeftijd van 969 jaar. In de Nederlandse taal is er een uitdrukking met een verwijzing naar de oudste Bijbelse figuur Metuselach. In de uitdrukking “Zo oud als Metusalem” wordt gezegd dat iemand naar eigentijdse maatstaven heel oud is. Zijn zoon Lamech werd weer een stuk minder oud, amper 777 jaar. Lamech werd op zijn 182ste  de vader van Noach. Ja, men bleef tot op hoge leeftijd kinderen krijgen in de Bijbel. De laatste zin van het vijfde hoofdstuk in Genesis vertelt ons: “Toen Noach 500 jaar oud was, verwekte hij Sem, Cham en Jafet”.

Nog 120 jaar
Noach laat een duifje los om te kijken of het
water al is gezakt.
Het is in de tijd van Noach dat er een beperking komt in het aantal levensjaren. In het zesde hoofdstuk van Genesis vers 3 lezen we: “Toen dacht de Heer: ‘Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees, hij mag niet langer dan 120 jaar leven”. Volgens de officiële waarnemingen is er nog maar ooit een mens ouder dan 120 jaar geworden, de Franse Jeanne Calment. Toen ze in 1997 overleed was ze ruim 122 jaar oud. Iemand merkte op: stel u eens voor dat die leeftijden van het begin van de Bijbel ook vandaag nog van toepassing waren, dan stond heel onze streek vol bejaardenhuizen en was er wellicht ook niemand meer te vinden die Minister voor de Pensioenen wilde worden.

Of een eeuwigheid?
Sommige mensen worden 100, anderen een flink stuk minder. Mensen kunnen daar soms echt mee worstelen. Ook op gelovig gebied kan dat invloed hebben. Men stelt zich dan de vraag: “Waarom sterft mijn dierbare zo jong, waarom moet ik zo jong sterven ?”. Gelukkig hebben we als christenen de zekerheid dat hoe kort of hoe lang ons leven hier duurt, ons leven overgaat in de Eeuwigheid op Zijn Belofte dat wie in Hem gelooft Eeuwig Leven heeft.”