woensdag 26 juli 2017

Open uitnodiging Kerk in Tielt-Winge


Kerkgemeenschap vormen voor de toekomst
Tielt-Winge telt vandaag zes parochies met elk een kerkgebouw en een kerkbestuur. Samen willen we nadenken hoe we het verhaal van Jezus van Nazareth 2000 jaar na zijn dood en verrijzenis actueel vorm kunnen geven. Dienstbaar zijn aan de zwakkeren, Jezus’ boodschap uitdragen en uitdiepen en samen vreugdevol vieren. Welke stappen kunnen we hierin nemen?  Iedereen, jong en oud, die daar wil aan meewerken is van harte uitgenodigd!

Luc Claeys, diaken en federatiecoördinator in Tielt-Winge
Marcel Van Aerschot, voorzitter van het Centraal Kerkbestuur

Woensdag 13 september 2017 om 20:00 uur   
Zaal Nut en Vreugd, Rillaarseweg 23 3390 Tielt-Winge
" pastoralezonetielt-winge.blogspot.be

m.m.v. medewerkers van het aartsbisdom (vicariaat Vlaams-Brabant) en deken Felix Van Meerbergen.

vrijdag 14 juli 2017

Deken Felix 40 jaar priester

Afgelopen zondag, 9 juli, vierde deken Felix Van Meerbergen uit Diest, zijn veertigjarig priesterjubileum. Volgens de mensen die aanwezig waren was het een prachtige viering in een afgeladen volle kerk. Er was zelfs een delegatie uit Polen naar de Oranjestad afgezakt.

Ook uit onze parochiefederatie waren enkele vertegenwoordigers naar Diest afgezakt om mee te vieren en onze deken Felix in de bloemetjes en de streekproducten te zetten. Alle parochies waarvan Felix deken is, legden enkele spaarcenten samen waarmee ze een elektrische fiets aankochten en aan de deken cadeau deden.

Bedankt deken Felix voor je dienst aan de mensen en aan de Heer. Hieronder een fotoreportage van (c) Gaston Puelinckx.





zondag 2 juli 2017

Gastvrije gemeente en parochies


2 K 4, 8-11.14-16a: Uit dank voor de herhaaldelijk ervaren gastvrijheid belooft de profeet Elisa aan zijn gastvrouw de geboorte van een zoon.
Mt 10, 37-42: Jezus werkelijk navolgen vraagt veel: Hem beminnen boven iedereen, je kruis opnemen en je leven durven verliezen.
Een gastenkamertje voor de Heer (preek van zondag 2 juli 2017)
Het is een mooi verhaal van die Sunamitische vrouw bij wie Elisa eens werd uitgenodigd en sindsdien vaak komt eten bij de vrouw en haar man. Ze is zo gastvrij dat ze er bij haar man zelfs op aandringt om een gastenkamertje voor hem in te richten zodat hij er kan overnachten en uitrusten.
De levenshouding van het koppel is er één van openheid, van open deuren, van gastvrijheid. De cultuur van gastvrijheid staat in het Oosten en in de Bijbel erg hoog aangeschreven.
Ze staat tegenover een houding van geslotenheid, van spieken door het oogje aan de deur en de deur gesloten houden. Er is altijd een zekere spanning tussen deze twee houdingen, maar als we even rondsnuffelen in de Bijbel dan zien we toch dat ook Jezus voor de eerste houding gaat.
Bovendien houdt de houding van gastvrijheid een belofte in, dat je er iets voor terugkrijgt, dat je er op één of andere manier voor beloond zal worden. Hier in dit stukje horen we dat de ouder wordende vrouw toch nog een zoon zal baren, een kind waarop ze al zo lang hoopt en wacht.
De vrouw heeft in die Elisa, die zo vaak op bezoekt komt iets ontdekt. Ze zegt tegen haar echtgenoot dat die man die altijd bij hen op bezoek komt ‘een man van God’ is, m.a.w. ze wil dat kamertje inrichten omdat ze niet alleen Elisa ontvangt, maar eigenlijk ook de Heer zelf te gast heeft. het is dan een daad van gastvrijheid en liefde tegenover de Heer zelf.
Het doet me aan twee dingen denken:
- In de kloosters van de paters Benedictijnen hanteert men een gelijkaardige regel. Voor de Benedictijn moet God je grote Vriend worden in je leven; en dat zoek en vind je vooral ook in de stille afzondering. Gasten ontvang je alsof je Christus zelf ontvangt. Gastvrijheid maakt deel uit van de eredienst. Je ontmoet de Heer in je gast, eigenlijk in iedereen.
- Elders in het evangelie zegt Jezus in het algemeen: “al wat gij aan de minsten der mijnen gedaan heb, hebt gij aan Mij gedaan”. Daar zegt Hij: zelfs wat je zonder aan Jezus te denken aan de armen doet, doe je feitelijk aan Hem, zonder dat je er erg in hebt. Gelijkaardige zinnen staan ook in het Evangelie van vandaag: Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die mij gezonden heeft.
En dan is er ook in het Evangelie die belofte van beloning: En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.
De beloning die in de eerste lezing beloofd wordt, is er één van vruchtbaarheid en leven. Hier openbaart onze God zich als een leven gevende God; het is geen God die dood en verderf zaait. Daarbij moest ik denken aan een verhaal van gastvrijheid in onze eigen gemeente. In Lubbeek is een asielcentrum waar vluchtelingen uit alle streken van de wereld worden opgevangen: er wonen Afghanen, die gevlucht zijn voor de aanslagen van de Taliban. Er huizen christelijke Syriërs uit Aleppo die uit de stad zijn gevlucht voor de burgeroorlog, er leven gezinnen uit de Iraakse stad Bagdad die op de loop gegaan zijn voor de rivaliteit tussen soennieten en sijïeten. Ik kwam vorige week voor de eerste keer in het asielcentrum; het is niet bepaald een uitnodigende plek. Het lijkt een beetje op een containerklas uit een schooltje maar dan in het twintigvoud, verstopt helemaal achteraan in een bedrijvenzone: beton en doods, niet bepaald een aangename woonomgeving.
Daarom was ik zeer gecharmeerd door het initiatief van de KVLV in Meensel die eerst naar daar gegaan zijn om samen te koken. Daarna nodigde de KVLV tot twee keer toe enkele vrouwen uit in Meensel om samen schoonheidsproducten te maken, verzorgingsproducten voor de huid. Het is daar dat ik de zusjes Marwa en Sara ontmoette, twee zusjes uit Bagdad die samen met hun broer Mohammed en hun mama naar hier gekomen zijn uit angst voor het sektarisch geweld. Van de meisjes kon ik horen dat ze een redelijk welvarend leven hadden in de Iraakse hoofdstad. In hun tijd als vluchteling verbleven ze eerst in Antwerpen. Het is in dat verband dat ze me aanspraken. Alhoewel ze moslima’s zijn liepen ze daar regelmatig een kerk in om een kaarsje te branden voor Maria, in het Arabisch Myriam, die ook een belangrijke vrouw is in de Koran. Maar hier, ver weg in het bedrijvencentrum van Lubbeek, was het daar nog niet van gekomen en ze zouden dat nog graag eens doen. Daarom beloofde ik hen eens mee te nemen naar één van onze kerken; de kermis en de processie in Houwaart twee weken geleden bood daartoe een kans. Op de processiedag ben ik ze gaan halen in Lubbeek en voor de processie en de gebedsdienst begon hebben ze in alle stilte gebeden aan het Mariabeeld in de Sint-Denijskerk en een kaarsje aangestoken. Begeleid door Kristien, één van de bestuursleden van de KVLV uit Meensel, zijn ze in de processie mee gestapt.
Nadien mailde de verantwoordelijke van het opvangcentrum Fedasil me hoe de zusjes enthousiast zijn komen vertellen over hun uitstapje van die zondagvoormiddag. Beste broeders en zusters, die weerklank was voor mij de beloning, dat was een leven gevend moment van die dag in het donkere beton van het asiel centrum.
Broeders en zusters, aan de kapelletjes in de processie van Houwaart baden we het volgende: “Laat ons elkaar steeds weer opzoeken over de grenzen van onze parochies heen, krachtig en vriendschappelijk zodat wij groeien in geloof en vertrouwen en ons samen inzetten voor een familie in uw vaderhart geworteld. Daarom vragen wij, God, Uw zegen over alle mensen van deze gemeenschap en hun gasten.”
Het stemde me zo gelukkig dat dit gebed geen loze woorden waren, maar dat ze tijdens het uitspreken ervan ook vrijwel onmiddellijk vervuld werden. Dat was een tweede beloning die mijn hart zo blij maakte.
Diaken Luc Claeys