maandag 26 december 2016

Alternatief Kerstverhaal

(Naar een preek van E.H. Michel Hagen, Nederland)
Sint-Stefanus, eerste martelaar en diaken
Vandaag is het feest van de heilige Stefanus – de eerste diaken en eerste martelaar. Sint-Stefanus sprak duidelijk over de tekorten van de Joodse overheden van zijn dagen. Een beetje in de lijn van zijn gedachten zou ik jullie graag een alternatief kerstverhaal vertellen. Het is begin van een scenario van een kerstspel dat ik een auteur zag schrijven.
Het is kerstmis 2016. God kijkt op zijn kosmische horloge en roept Michael en Lucifer bij zich en zegt: Hoe is het met de mensheid? Wordt het al tijd voor de wederkomst van mijn Zoon? Ik stuur jullie beiden naar beneden om poolshoogte te nemen en Mij daarover te rapporteren. Het gaat slechts om een steekproef, ga naar Tielt-Winge. Het is bijna Kerstmis, dat lijkt Mij een goede gelegenheid.
En daar lopen Michael en Lucifer, incognito door Tielt-Winge, tijdelijk ontdaan van alle bovennatuurlijke macht en tijdelijk ook niet in staat met elkaar te strijden, tenzij door woorden natuurlijk. Ze kijken hoe het er op aarde aan toe gaat. Ze komen langs het Gouden Kruispunt en kijken in de overvolle etalages. "Kijk, dat is allemaal mijn werk", zegt Lucifer, luxe, overdaad, de mensen weten  amper wat ze nu nog moeten kopen. Ik bied ze verstrooiing, afleiding, genot, en nog veel meer. Ik bied ze een leven op aarde zonder God. Lucifer loopt zichtbaar te genieten.
Michael kijkt en ziet hij in de Standaardboekhandel een Bijbel in liggen. Is dat ook jouw werk? Lucifer kijkt even achteloos om. Jazeker. Dat is zo'n mooie uitgave dat die alleen in de kast staat. Zo hebben de mensen het idee dat ze een Bijbel hebben, maar ze lezen er nooit in. Ik zorg daarbij voor een overvloed aan reclamedrukwerk en pulpbladen, ik zorg voor een stortvloed aan TV programma's, ik zorg voor roddelbladen. Daar wordt in gelezen, niet in de Bijbel.
Ze lopen door en komen voorbij de Sint-Joriskerk. Dat is ons werk, zegt Michael, dat deze kerken er staan, deze kerk en de kerken van Houwaart, Tielt en van Meensel-Kiezegem waar Gods lof wordt gezongen, waar kinderen worden gedoopt, waar de Eucharistie wordt gevierd. Ach wat ..., laat mij nog even doorwerken, zegt Lucifer. Over 20 jaar maak ik er een sporthal of appartementen van, gezondheid of status, dat zijn hun nieuwe goden. En dus ben ik hun nieuwe god.
Ze passeren de Sint-Jorisschool. Zie je dat, zegt Michael, Dat is ons werk, deze school heeft de naam van een heilige als inspiratiebron voor de jeugd. Ach, laat me niet lachen zegt Lucifer. What's in a name? Denk je dat de jongeren die heiligen nog kennen? Bovendien, ik maak het voor de besturen steeds moeilijker gelovige leerkrachten te vinden en steeds gemakkelijker om andere, niet gelovige leerkrachten aan te trekken. Ook lever ik de mensen voortdurend argumenten om hun gelovige identiteit af te zwakken, ik roep een gevoel van schaamte op voor de Kerk en daarbij een minderwaardigheidsgevoel tegenover de wereld. Bij enkele van jullie katholieke scholen is de heiligennaam al verdwenen. Geef me nog 20 jaar en niet alleen die namen, maar ook die scholen zijn verdwenen.
Even voorbij het Dommelhof zien ze een oude vrouw met een scootmobiel. Kijk zegt Michael, dat is toch maar mooi bereikt, meer zelfstandigheid voor ouderen, zodat ze vitaal blijven en deel kunnen blijven uitmaken van de maatschappij. Ach wat, zegt Lucifer. Dat is alleen maar gemakkelijker en goedkoper. Sinds ik gezondheid in de economie heb kunnen trekken, is gezondheid een marktproduct geworden. De rijken hebben er alles voor over, en mensen met weinig bezit, kijken er met jaloerse blikken naar, allebei zijn ze erdoor geobsedeerd. Maar, ik ga verder: Nog even en religie is ook een marktproduct, dan heb ik het volledig los geweekt van de Kerk. Dan is het een speelbal in mijn hand, met de ene religieuze hype na de andere, verwarring ten top, een mensheid die zichzelf wil verlossen, met dwaze ideeën over God en mensen die zelf God willen zijn. Wat me toen in Babel niet is gelukt, komt hier spelenderwijs tot stand.
Op kerstavond komen ze opnieuw voorbij de kerkgebouwen van Winge, Tielt en Houwaart en ze kijken door de ramen. Dat is ons werk, zegt Michael. Zie je die volle kerk, ouders, kinderen, grootouders, allemaal voor onze Heer Jezus Christus. Ach wat, zegt Lucifer, dat is sentiment, dat heb ik op kunnen kloppen, zoete gevoelens, maar thuis is het eten en drinken en weer ruzie maken. De kracht is eruit, ze weten niets meer van Jezus, helemaal niets meer, ze vieren een onbekende en daar ga ik mee door. Eerst onwetendheid en daarbij de leugen, dat is mijn sterke kant. De nieuwe boeken en films waarin het geloof wordt ondermijnd staan al op stapel, nog meer verwarring, totdat er niets meer van Jezus en zijn Kerk over is. Dan is Hij pas echt dood en heeft zijn verrijzenis ook geen kracht meer. Dat is mijn overwinning. Jezus Zelf heeft me op dit idee gebracht, toen Hij zich afvroeg of Hij bij zijn wederkomst nog geloof op aarde zou vinden. En kijk, dit is het resultaat.
Ze moeten terug naar boven en verschijnen weer voor Gods troon. Ze buigen beiden, Michael met heel veel eerbied, Lucifer met afgunst. Hoe is het met de mensheid? Vraagt God. Lucifer, wat is jouw bevinding? Ach zoals ik het al zei. De wereld is in mijn macht en de mensen weten het niet eens. Ze geloven alles wat het etiket modern en wetenschappelijk draagt en ze geloven niets meer van de Kerk. Aan de Kerk heb ik het etiket ouderwets kunnen plakken. De mensen volgen hun buik en niet hun geloof. Dat waar ik in het Romeinse Rijk een eind mee op weg was, maar waar Jezus enige vertraging in heeft gebracht, dat heb ik in de laatste vierhonderd jaar weer voor een flink eind kunnen realiseren.
En jij Michael? Ik zag mensen die met kerstmis naar de kerk gaan. Ik zag ouderen en jongeren, ik zal een goede inzet van de techniek, ik zag Bijbels in de winkel liggen, ik zag verschillende kerken in één gemeente. Het Evangelie van uw Zoon wordt nog steeds doorgegeven.
Goed. Wat adviseren jullie Mij wat de mensheid betreft? Vraagt God. Geef me nog twintig jaar, zegt Lucifer en alles is van mij. Geef me nog twintig jaar, zegt Michael en er is een nieuwe verrijzenis. Ik weet genoeg, zegt God, ga weer naar jullie eigen werkterrein.

De scenarioschrijver legde zijn pen neer. Tot zover had hij zijn kerstspel klaar, maar nu. Wat was de clou? Wat ging God doen? Hoe kon hij een slot breien aan dit verhaal? Lucifer laten winnen, dat is niet zo leuk, dat past niet bij een verhaal op tweede Kerstdag, met Sint-Stefanus. Michael laten winnen, dat is al eerder verteld in de Bijbel. Misschien was dit eigenlijk wel een mooi open einde. En misschien is de vraag zelf wel het beste slot. Wat zou God doen? Hoe kunnen wij daar zijn armen en voeten bij zijn?